DE MIN

Voor iedereen die, net als wij, het naadje van de kous wil weten, is deze sappige pagina over "de min" toegevoegd.

Paradoxaal genoeg is het uiteindelijk aan de louche praktijken van de heer Pieter Backer te danken dat wij zoveel eeuwen na dato nog deze belangrijke informatie over Maria (en Evertje) onder ogen kregen. In het jaar waarin hij samen met Willem Sautijn voor de hoge heren van Den Haag moet verschijnen in de omkopingszaak bij de VOC, tracht Pieter uit alle macht zijn naam te zuiveren en sleept ondertussen een hele rij personen naar de notaris die voor hem gunstige getuigenissen moeten afleggen. Pieter Backer verschijnt in twee maanden tijd maar liefst zes keer op het kantoor van Isaak Angelkot, die stuk voor stuk een aantal smeuïge verklaringen afleggen.

 

27 februari 1727

Als eerste komt het echtpaar Jan van der Wiele en Grietje Knuyt aan de beurt om te getuigen. Zij wonen in Amsterdam achter de Oude Kerk op de voorkamer boven de vleeshouwer. Hetzelfde adres dat ook Aaltje Aalders opgaf. Daar woont sinds een aantal maanden tevens Rigt Douwes met haar man Andries de Vries en hun drie kinderen, maar dan in de achterkamer. Het getuigende echtpaar doet bij de notaris eens een stevig boekje open over hun nieuwe buren.

Zij hebben gehoort & gesien & ondervonden dat Rigt en haar dochters Symetje en Hilletje daar seer onordentelyk & godloos & ligtvaardig huys komen houden. Van tijd tot tijd zien Jan en Grietje op de kamer van hun nieuwe buren allerlei mannen, soo wel Jooden als Christenen, waarmee hun buurvrouwen naar hun zeggen onbeschaamt & onkuys [...] omgaan & verkeeren.

De beide echtelieden verklaren dat er omtrent drie maanden geleden een heer om half twaalf in de nacht aan de deur van Rigt Douwes klopte. Zij zagen dat er op dat late tijdstip nog werd opengedaan en dat de man naar binnenging. Tot hun stomme verbazing aanschouwde het echtpaar het volgende tafereel in die kamer:

dat Symetje met nog een vrouwspersoon tesamen met en benevens dry manspersoonen (zy het boeren soo t scheen) onder malkander op de vloer lagen te ronken, leggende dezelve Symetje onbeschaamt [het woord bloot is doorgestreept] van vore met haar rocken opgeraapt & leggende een van de voornoemde boeren, met zyn broek op zyn hielen hangende, regt over Symetjes lichaam heen, zynde allen soo het scheen beschonken geweest, terwijl het rondom waar zy leyden, vuyl, bespoogen & vol speeksel was.

En dat is nog niet alles. De buren van Rigt beweren dat zij schier dagelyks zeer goddeloze hoerentaal van zowel Rigt als haar dochters te horen krijgen, wijzen haar huis aan als een formeel hoerhuys en klagen dat zij als naaste buren dikwils geheele nagten niet kunnen slaapen van het geraas en gekrioel op de achterkamer. Het echtpaar, dat zelf in de voorkamer woont, heeft de buurman die een ruimte boven de achterkamer huurt meegenomen en deze bevestigt hun getuigenis.

In deze hoerenkast groeit ook een jongetje op. Dit zoontje van Rigt en Andries, de acht jaar oude Donnie, schijnt ooit aan het echtpaar verteld te hebben dat zijn zusters Symetje en Hilletje zich van slegte boeren & van allerhande manvolk lieten bevoelen & betasten & daar bij sliepen. Het kind heeft volgens de getuigende buren aangegeven niet langer in dat huis te willen verblijven, (hetgeen waarschijnlijk meer zegt over de ondervragingstechnieken van het betreffende echtpaar, dan als iets dat een achtjarig kind uit zichzelf over zijn ouders zou zeggen). Maar dat het er in dat huis heftig toe ging is duidelijk.

We komen erachter dat Rigt Douwes vaak tegen haar dochters heeft gezegd dat zij hun eigen fortuin maar moesten zoeken en dat zij moesten maken dat zij geld thuis brachten, want dat zy haar [kinderen] voor niet de kost niet wilde geeven. Niet echt een stel fijne ouders.

Ook dochter Hilletje heeft meermalen tegen de buren geklaagd, onder andere dat zy soo pynlyk & ongemaklyk was & dat zy niet wateren kon. Het meisje heeft blijkbaar een geslachtsziekte opgelopen, waardoor zij moeite heeft met plassen. Daarvan geeft zij haar moeder de schuld, omdat die het arme kind dwong om met vreemde mannen mee te gaan. Een schrijnende situatie.

Maar wat heeft dit alles nu met Pieter Backer te maken?

Wel, het blijkt dat Rigt Douwes dagelijks achter de rug van Pieter Backer om allerlei kwaad van hem spreekt en vuiligheid over hem verspreidt. En dat zij hem daarmee soo vuyl, swart & gehaat sou maken, dat zelfs zijn eigen vrouw van hem wil scheiden! Met de getuigenis van dit echtpaar hoopt Pieter Backer de lasteraars zelf in een kwaad daglicht te stellen, om de roddels die Rigt over hem vertelt te ontkrachten. 

Een van die roddels is dus, dat Pieter de vader zou zijn van de zoon van Maria Boef. Informatie die de wereld in geslingerd is door deze Rigt die naar haar eigen zeggen de min van het kind was. Al met al lijkt Rigt Douwes ons echter geenszins de aangewezen persoon om als zoogster te kiezen voor een kind. Zou Maria Boef van deze losbandige praktijken hebben geweten?

4 maart 1727

Hetzelfde echtpaar Jan en Grietje verschijnt een aantal dagen later opnieuw voor notaris Angelkot. Ze hebben afgelopen zaterdagmiddag met hun buurmeisje Hilletje de Vries in de kroeg met het uithangbord De Bremer Ton gezeten. Hilletje vertelde hen toen, dat de persoon van Jan Stijgers twee jaar geleden kennis aan haar moeder had gekregen en dat hij een van de eerste is geweest die wel by haar ouder suster Symetje pleeg te komen en dan vleeschelyk converseerde met het meisje. De geschokte luisteraars vragen aan Hilletje of haar moeder daarvan wist, waarop zij bevestigend antwoordt.

Hun buurmeisje weet ook te vertellen dat Jan Stijgers op een keer bij haar moeder is gekomen met de vraag of zij, Rigt Douwes, niet een verklaring wilde afleggen over dat Pieter Backer een hoerekind had gehad en haar als min voor de baby had gevraagd, maar haar moeder had geantwoord: dat weet ik niet, dat ken ik niet doen

Enige tijd later kwam Jan Stijgers weer bij haar moeder, zo weet Hilletje te vertellen, en dit keer had hij de heer Sautijn meegenomen. Ook haar vader was bij die gelegenheid in de kamer. Opnieuw wilde men dat Rigt bij een notaris zou getuigen dat Pieter Backer zyn hoerekind by haarlieden te min had bestelt. Daarop schijnt Hilletjes vader gezegd te hebben: hoe kan ik dat doen, ik weet der niets van. Maar Hilletjes moeder greep dit keer in met de woorden: hoor myn Heeren, myn man moet je niet reekenen, die is een oude dronken gek, maar praat tegen my

Rigt Douwes wordt door Stijgers en Sautijn aangemoedigd om de valse verklaring over Pieter Backer af te leggen en krijgt daarvoor een bedrag van maar liefst drieëntwintig honderd gulden aangeboden. Dat is nog niet alles. Jan Stijgers blijkt ook nog de huur van de kamer voor Rigt Douwes te betalen en heeft haar tevens diverse keren geld bracht, zelfs nog daags voordat de Heeren uyt den Haag hier terstede waeren gekoomen omme haar moeder & suster te hooren.

We lezen dat de heren Stijgers, Sautijn en Overschie vlak voor deze verhoren nog flink op de moeder hebben ingepraat over wat zij aan de onderzoekscommissie moest antwoorden, maar eenmaal tegenover de hoge Heeren van Den Haag bleek dat Rigt Douwes seer ontstelt was geweest & seer gebeeft had.

Uit al deze verklaringen komt Rigt Douwes naar voren als een hoerenmadame, die slecht voor haar man en kinderen zorgde en wiens getuigenis gekocht kon worden. Dat doet de vraag rijzen hoeveel van de woorden, die wij over Maria Boef en haar onwettige kind hebben gelezen, eigenlijk te vertrouwen zijn? Vijanden van Pieter Backer waren op zoek naar een kind waarvan zij hem als vader konden aanwijzen. Dat werd uiteindelijk de zoon van Maria. Maar het is dus zeer te betwijfelen of Phillis de Groot echt van Pieter Backer is en dus kunnen we ook in twijfel trekken of Maria ooit een relatie met Pieter heeft gehad.

De min blijkt als informant totaal onbetrouwbaar. Maar ook een kapotte klok zegt twee keer per dag de waarheid. Dus laten we nog even verder zoeken en andere getuigen horen.

5 april 1727

Een ander echtpaar meldt zich bij de notaris. Het zijn Nicolaes Smidt en Maria Coenen, de mensen die de achterkamer aan Rigt en haar gezin verhuren. Zij vertellen hoe dat zo gekomen is.

Op een dag, eind 1725, kwam Rigt met een van haar dochters bij hun aan de deur met de vraag of zij de kamer boven de slager achter de Oude Kerk aan hen wilden verhuren, de benedenste achterkamer. De verhuurder wilde een borg voor de betaling van zijn huurpenningen hebben. Waarop Rigt beweerde dat zij een goede borg had in de heer Sautijn.

Nicolaes kende die naam niet en vroeg: Sautijn? Wat is dat voor een heer?

Rigt antwoordde: Collonel Sautijn.

Vol verwondering vroeg de verhuurder: Hoe sou de Heer Collonel Sautijn borg voor jou huur blijven? Hoe komt gy aan kennis met dien heer?

Rigt legde uit: ik heb van den Heer Colonel Sautijn een kind te min gehad & ben zo familiaar aan dien heer zyn huys dat ik er dagelyx kom eeten & drinken.

Toen heeft Nicolaes Smidt haar de kamer verhuurd onder de voorwaarde dat Sautijn borg zou blijven staan. Twee dagen later kwam Rigt echter zeggen dat de heer Sautijn de stad uit was, maar dat de heer Jan Stijgers, die een groot vrind van de Heer Collonel Sautijn was, wel als borg wilde fungeren. Na enig heen en weer gepraat ging Nicolaas Smidt daarmee akkoord.

Hmmm… Het feit dat Rigt Douwes hier beweert dat zij óók een kind van de heer Sautijn als min onder haar hoede heeft gehad, geeft te denken: was zij een alom gerespecteerde zoogster en heeft Pieter Backer al deze getuigen op zijn beurt weer omgekocht om deze min zwart te maken? Of zijn het allemaal leugens die Rigt vertelt? In dat laatste geval - en die kans achten wij het grootst - heeft Maria haar zoon nooit aan deze vrouw uitbesteed om hem te zogen! 

Blijft het feit over dat Maria Boef een zoon had. Of is dat óók een verzinsel? Die mogelijkheid bestaat weldegelijk, zoals de volgende getuigenis toont.

 

[We slaan hierbij een paar getuigenissen over omdat daar voor ons weinig interessante nieuwe informatie in staat. Te weten de verklaring die Annetje Lamberts en Baafje Pieters op 17 april 1727 afleggen over nog meer onkuisheden van Rigt Douwes en op 19 april 1727 verschijnt Heye Hiddes voor de notaris. Zij woont in Hindeloopen, maar komt toch helemaal naar Amsterdam om voor Pieter Backer te getuigen. Heye is nauw bevriend met Andries de Vries, want Rigt’s man is de broer van haar schoonvader. Zij bevestigt dat Rigt in het verleden vaak heeft gezegd dat zij een kind van de heer Sautijn die overigens op de Singel woonde te min had gehad. En ze vertelt ook dat Rigt wel eens spullen heeft gestolen.]

19 april 1727

Op de dag dat Aaltje Aalders kwam getuigen dat zij dronken was gevoerd en zich verantwoordelijk voelde voor de in de wereld verspreidde roddel dat het kind van Maria eigenlijk van Pieter Backer was (terwijl zij die man helemaal niet eens kende), nam zij ook haar zus Aafje mee naar de notaris. Die legde op dezelfde dag eveneens een verklaring af. De zusjes worden bijgestaan door hun buren: hetzelfde echtpaar Jan van der Wiele en zijn vrouw Grietje Knuyt, opnieuw vergezeld door de bovenbuurman van Rigt Douwes.

Aafje beweert dat ook zij Pieter Backer tot op heden nooit eerder heeft gezien of gesproken en dus ook niets ten nadele over hem kan hebben gezegd. Evertje Vlaming, haar dochter en haar meid Sara Scheltes kent zij daarentegen wel van gezicht, maar het meisje zegt dat zij ook van hen niet het allerminste tot haarlieden laster, schande of nadeel met waarhyt weet, heeft geweeten of kan verklaeren & getuygen. Waren Evertje en Maria zulke bekende gezichten in Amsterdam? Of kende Aafje hen, omdat zij toch bij haar buurvrouw Rigt over de vloer kwamen? De familie Scheltes was in ieder geval gelieerd aan de man van Evertje. Zijn moeders zus was getrouwd met ene Pieter Scheltes. We komen de naam Scheltes vaker tegen op deze website. Cornelis deed bijvoorbeeld zaken met zowel Leendert als Pieter Scheltes.

Jan Stijgers, die overigens een lamme hand had, en iemand anders (die Aafje niet kende, maar die Overschie heette) blijken eveneens aan het meisje te hebben gevraagd of zij zou willen verklaren dat Sara Scheltes een kind had gekregen. Aafje weigerde dit en is ook niet bereid om andere mensen te zoeken die wel van zins waren om dit te verklaren. Hier wordt het dienstmeisje van Evertje dus een baby in de schoenen geschoven die nooit is geboren! Zou het kunnen dat ook Maria géén onwettig kind heeft gekregen en dat alles op een vette roddel en kwaadsprekerij berust? 

Voor de volledigheid lezen we ook nog even de rest van Aafjes getuigenis waaruit blijkt dat Rigt Douwes niet alleen liegt maar ook bedriegt. Zo weet Aafje te melden dat zij de dag voor deze getuigenis is bestolen. Toen ze gisteren thuiskwam in haar kamer achter de Oude Kerk, zag ze dat haar kast was opengebroken en dat er linnen uit ontvreemd was, soo mede de kussens van haar bed & t porcelijn. 

Aafje heeft toen meteen haar buren als getuigen geroepen. Dat waren Rigt en haar dochter Symetje. Rigt wilde dat Aafje hierover maar swygen sou en dat ze haar goed wel weer zou krijgen, terwijl ook haar dochter Symetje zei: weest stil, wat hebben de buuren daarmede te doen, wy sullen uw seggen waar uw goet is. Rigt en haar dochter waren dus duidelijk zelf de boosdoeners en wilden dat Aafje daarover zou zwijgen!

Daar was het meisje niet tevreden mee en zij maakte stampij. De andere buren - zowel Jan van der Wiele als zijn vrouw Grietje Knuyt en de bovenbuurman - kwamen op haar luide geroep en geweeklaag af. Vervolgens bekende Symetje dat haar moeder de kast had opengebroken en dat zij als dochter met haar eigen handen nog de kast had staan tegenhouden, zodat het aardewerk en alles wat er verder op de kast stond niet zou vallen. Ik sou nog wel meer seggen, maar het is myn moeder, beginnende daarop te schreyen. Zelfs over al deze eeuwen heen heb je als lezer van deze aktes nog te doen met zo’n meisje.

Conclusie

De getuigenissen tegen Rigt Douwes roepen het beeld op van iemand die niet te vertrouwen is. Zij liegt en bedriegt, steelt en is omkoopbaar. Het idee dat Pieter Backer de vader van Maria's zoon Phillis zou zijn, is geheel ontkracht, want degene die deze getuigenis heeft afgelegd is tevoorschijn gekomen en heeft aangegeven dit in een dronken bui gedaan te hebben. Deze getuige kende de betrokkenen niet eens. 

 

Het lijkt er eerder op dat de heer Sautijn en zijn handlanger Jan Stijgers bezig zijn om hun voormalige collega Pieter Backer zwart te maken. Dit gebeurt midden in de periode dat het Hof van Holland onderzoek naar hen doet in verband met het omkopingsschandaal bij de VOC. Aangezien Evertje hier ook zijdelings bij betrokken was, vermoeden wij dat de bedriegers hun pijlen tevens op haar hebben gericht. Evertjes dochter Maria en haar meid Saartje liggen daarom mede onder vuur. Dit doet ons sterk vermoeden dat Maria zelfs nooit een relatie met Pieter Backer heeft gehad en dat deze informatie eeuwen later gewoon nog in de krant stond vanwege de ooit bewust verspreide roddel.

 

Het is zelfs zeer de vraag of Maria daadwerkelijk Rigt Douwes als min voor haar kind heeft gekozen, gezien de reputatie van deze vrouw. Deze min heeft in haar leven waarschijnlijk vele kinderen aan de borst gehad als bijverdienste, maar gebruikte het ook om nabijheid met bepaalde personen te suggereren. De mededeling dat zij als vrouw van een lagere sociale klasse toegang had tot een kolonel, gaf haar bijvoorbeeld de mogelijkheid om een kamer te huren. Het lijkt erop dat Rigt slechts zei dat ze de min was van Maria’s kind, omdat men dan eerder de intieme informatie die zij over haar vertelde zou geloven.

 

De lasteraars verzonnen bij de meid van Evertje zelfs een baby die helemaal nooit bestaan heeft! Het lijkt erop dat dit Maria ook is overkomen. Allemaal om haar moeder in een kwaad daglicht te stellen. Denken we even terug aan wat Rigt zei toen haar voor de eerste keer werd gevraagd te getuigen dat zij de min was geweest voor een geheim kind van Pieter Backer: daar weet ik niets van, dus dat kan ik niet doen. Ook haar man wist niets van zo’n kind af. Uiteindelijk liet zij zich voor veel geld omkopen. 

 

Wanneer we daarbij optellen dat Maria in die tijd als alleenstaande moeder nooit een testament heeft laten opmaken (op latere leeftijd stelt zij haar eerste op), dan menen wij met aan waarschijnlijkheid grenzende zekerheid te mogen vaststellen dat Willem de Vlamingh nooit een achterkleinzoon heeft gehad die Phillis de Groot heette. Volgens ons is dat een fictieve naam uit een vals gerucht dat eeuwen later geheel onterecht aan de familie de Vlamingh kleefde. Wij zijn maar wat blij dat we Maria’s naam na al die eeuwen konden zuiveren!

Maak jouw eigen website met JouwWeb