DE MIN
Voor iedereen die, net als wij, het naadje van de kous wil weten, is deze sappige pagina over "de min" toegevoegd.
Paradoxaal genoeg is het uiteindelijk aan de louche praktijken van de heer Pieter Backer te danken dat wij zoveel eeuwen na dato nog deze belangrijke informatie over Maria (en Evertje) onder ogen kregen.
Laten we beginnen bij het begin. Jarenlang is Pieter Backer het manusje van alles geweest voor de corrupte Colonel Willem Sautijn. Vanaf de dag dat Sautijn besluit Pieter Backer de deur te wijzen vormt zijn voormalige assistent een bedreiging voor hem, want als rechterhand wist Pieter Backer alles van zijn louche zaakjes. Bovendien is Pieter Backer in zijn eer gekrenkt en zint op wraak. Willem Sautijn ziet maar één oplossing en dat is karaktermoord. Hij sleept verschillende mensen mee naar notaris Lagerman, die allemaal een bezwarende verklaring over Pieter Backer afleggen en hem zwart maken.
27 januari 1725
Madalena Pietersz Goethals (weduwe van Jasper Rembrandt) vertelt op verzoek van Colonel Willem Sautijn aan notaris Lagerman dat ze Evertje Vlaming al dertig jaar kent en dagelijks in haar huijs verkeert heeft en dat zij ook alle dagen aldaar gezien heeft wat er drie jaar geleden gebeurd is. Namelijk dat er een zeker Manspersoon zijnde heel wel gekleed in het huis kwam, naar boven ging en verkleed terug kwam in een japonze rok, een muts op en muijlen aan. Hij ging samen met de dochter van Evertje hand aan hand met de hoofden aan malkanderen een tijdje samen zitten galantiseren.
Met de naam van Evertjes dochter is hier iets aan de hand. Eerst stond er Matje, dat woord is doorgestreept en er boven staat Machteltje of Masje Boef. Machteltje zijn wij eerder als bijnaam voor Maria Boef nog niet tegen gekomen, maar die zal opvallend genoeg in deze volgende verklaringen het meest gebruikt worden. Terug naar de verklaring van 27 januari 1725, want daar gebeurden volgens de getuige verdachte dingen:
Machteltje zegt Sara de dienstbode: "Laat mijn heer eens uit". Waarop Sara naar de deur loopt en met de sloten rammelt zonder die echt te openen. Vervolgens verdwijnt eerst de manspersoon naar boven even later gevolgd door Evertjes dochter, alwaar zij samen verbleven op haar slaapkamer. Het gebeurde ook wel, volgens de getuige, dat als er op de deur geklopt werd beiden de provisiekamer invluchtten en de meid toeriepen dat ze moest zeggen dat er niemand thuis was. De getuige beweert in haar verklaring dat zulx genoegzaam dagelijks gebeurde.
Vervolgens vertelt de getuige dat zij Evertje tegen de meid heeft horen zeggen: Wat duijvel is dit, is Backer een getrouwd man, ik meende dat het Mas haar vrijer was. En getuige heeft ook nog een gerucht gehoord, namelijk dat Masje Boef twee onegte kinderen heeft gehad, een zoon en Dogter. Het zoontje is te minne gegeven in de Leidse Dwarsstraat en het dochtertje dat nu twee jaar oud is woont te minne en opvoeding bij een schipper die op Breda vaart, Post genaamd - deze zou een broer van Sara de meid zijn en in de Korstjessteeg wonen, in het tweede huis van de Singel, op een kamer waar het kind genaamd Kaatje in de wandeling het kind van Breda wordt genoemd dat zijn moeder verloren heeft.
We herkennen de naam van Abraham Post, schipper op Breda, die inderdaad een bekende van Evertje is en het genoemde adres lijkt het huis waar Evertje eerder woonde of in de buurt woonde. Maar ja complotten zijn altijd op een paar feiten gebaseerd... Laten we verder lezen:
Getuige zag dat Masje en Backer het kind als het in het huis van Evertje was vele vriendschappen en karessen deeden. Backer nam het meisje op zijn knie en speelde ermee, aldus de ooggetuige.
Getuige herinnert zich ook nog een voorval toen Masje na drie weken uit Haarlem terugkwam en van Backer de wind van voren kreeg: "Jij oude en jonge duijvelze hoer, wie raad u zo stout, om zo lang uijt de stad te gaan zonder mijn kennis." Vervolgens wilde hij zowel Masje als Evertje slaan, maar Sara de meid kwam ertussen en belette het. Vervolgens zette ze Backer met goede woorden neer. Een tijdje later kwam de kok met gebraad binnen en waren ze weer vrolijk en smulden ze er samen van, waarop Backer en Masje naar boven gaan (oorspronkelijk stond er dat ze naar de slaapkamer gingen, maar dat is doorgestreept).
Getuige spreekt Evertje op deze hele situatie aan met de woorden: "Wat duijvelsze vent is dat, zoo 't mij aanging, ik klopten hem de deur uijt", waarop Evertje antwoordde: "Hij is beschonken en weet niet wat hij doet, maar anders is hij een goed slag."
7 maart 1725
Hier zijn dan alsnog Risje Douwes en haar dochter Zijtje de Vries (ouder dan zestien jaar) om voor Colonel Willem Sautijn te getuigen bij de notaris.
Zij beweren dat vier jaar geleden op een zaterdagmiddag een zekere Masje bij hun aan huis gekomen is, een persoon zijnde van braave geslalte, welgemaakt, rijkelijk gekleed, en wat Lispelende spraak met de vraag of zij een kind van haar te min zou willen hebben. Risje vroeg van wie het kind was. Masje antwoordde dat dat onbekend moest blijven en dat ze daar vier gulden per week voor zou betalen.
Op 15 januari 1721 is het kind in haar huis gebracht door een persoon met een Japonze rok aan, een slaapmuts op 't hoofd, en een zijden doek om de kin, zijnde geassisteerd met een dienstmeijd.
Dit zijn wel hele concrete feiten! Al is de precieze omschrijving van de kleding van de man wel verdacht, vooral omdat het exact dezelfde bewoordingen zijn als de andere getuigen eerder gebruikten en omdat het nogal vreemd is dat iemand met een slaapmuts op het hoofd verschijnt bij totaal onbekende mensen... Maar Risje Douwes weet nog veel meer feiten te vermelden:
Het kind zou in Amsterdam in de Noorderkerk gedoopt zijn en Risjes man Andries zou hierbij getuige zijn geweest. Het jongetje heette Felix en als ouders zouden Diaan de Groot en Aafje Brom te boek gesteld zijn.
Zie Stadsarchief te Amsterdam, Doopboek Noorderkerk.
Heette het kind nou Phillis of Felix de Groot?
We hebben inderdaad de doop van ene Felix in de boeken van de Noorderkerk teruggevonden op 8 januari 1721. Als ouders worden Ditiaan de Groot en Baafje Brom genoemd, eventueel aanwezige getuigen zoals Andries de Vries worden niet vermeld, terwijl bij alle andere dopelingen op de pagina wel getuigen staan.
Verder komen de namen Diaan/Ditiaan de Groot en Aafje of Baafje Brom niet meer voor in de registers, voor zover wij kunnen nagaan, dus geen huwelijk, geen andere kinderen, geen begrafenissen, zelfs niet van Felix of Phillis de Groot...
Risjes Douwes verklaart verder dat Pieter Backer vaak bij haar thuis kwam om het kostgeld te betalen en zijzelf is vaak met het kind in Evertjes huis geweest. Tot 1722, toen werd het kind ziek. Dat vertelt ze aan Evertje en Masje. Daarop komt Pieter Backer bij Risje Douwes langs. Die zegt haar een dokter te raadplegen die hij zal betalen. Dat heeft ze gedaan, maar het kind is toch gestorven en op Nieuwjaarsdag 1723 in de Noorderkerk begraven, in naam alsof het haar eigen kind was, zo getuigt Risje. Volgens haar was Masje bij de begrafenis, maar heeft Pieter Backer de rekening van de apotheker nooit betaald. Risje Douwes is laatst nog bij hem aan de deur geweest op de Herengracht nabij de Vijzelstraat, maar zijn vrouw zei dat hij niet thuis was. Toen hebben ze hem op de Beurs gezocht. Tevergeefs. Bij thuiskomst bleek dat hij in de tussentijd bij Risje aan de deur geweest was. Pieter Backer komt op een later tijdstip alsnog langs, maar wanneer hij de reden van hun komst verneemt uit hij vuijle woorden en vertrekt.
De vele details maken het ongelooflijke verhaal meer geloofwaardig. Wel vreemd dat je een kind onder de ene naam kunt dopen en onder een andere naam kon begraven, maar blijkbaar was dat toen niet strafbaar, anders hadden ze dit niet zo makkelijk verteld. Een doop van Kaatje is door ons nergens gevonden. Het is de vraag of zij ooit bestaan heeft.
22 maart 1725
Op 22 maart 1725 meldt ene Diewertje Jansz, de vrouw van Gerrit Gerritz, zich op verzoek van Colonel Sautijn bij notaris Willem Lagerman om te getuigen. Oorspronkelijk stonden hier opnieuw de namen van Risje Douwes en haar dochter Zijtje de Vries in de akte, maar die namen zijn doorgestreept.
Ook deze getuige beweert vier jaar geleden dagelijks aan huis geweest te zijn bij Evertje Vlaming op de Singel bij de Bergstraat. Opnieuw is er sprake van een manspersoon die zeer familiair omging met de dochter van Evertje, wederom Machteltje Boef genaamd. De getuige gebruikt opvallend genoeg precies dezelfde bewoordingen als de vorige en vertelt de notaris dat Machteltje en Backer hand aan hand en met de hoofden aan den anderen zaaten. Weer droeg Pieter Backer een witte slaapmuts op het hoofd en ging hij samen met Macheltje in hunne onderklederen op haar slaapkamer en zijn daar gebleven.
Na een tijdje zag de getuige dat Machteltje zeer bleek en vermagert was, waarop getuige vast vermoedende dat zij in de kraam had gelegen. Ook had zij van verscheijdene menschen hooren zeggen dat Machteltje een zoon had gebaard: Felix. Daarop heeft zij aan de meid Sara gevraagd wat daarvan waar was en waar die Mooije Heer gebleven was die dagelijks bij Machteltje kwam. Daarop antwoordde de meid: Die is lang dood. Maar later zag getuige de heer Backer bij Risje Douwes waar Felix te min was. Dienstbode Sara zei ook nog: Als je wat ziet moet je stil swijgen.
Getuige beweert dat zij dikwijls heeft hooren zeggen dat de dochter van Evertje een jaar later nog een kind heeft gekregen, Kaatje, die bij Abraham Post schipper te Breda woonde. Maar getuige zag het meisje vaak in het huis van Evertje en Machteltje Boef. De man van Risje Douwes - Andries de Vries - tekent als getuige.
2 juli 1725
Aaltjen Alderts, 28 jaar oud en wonende te Vlieland, maar hier nu in de stad Amsterdam aanwezig verklaart op verzoek van Colonel Willem Sautijn aan notaris Willem Lagerman dat zij dingen heeft gehoord van Caspar Selkart, die ook op Vlieland woont en daar Commissaris van Amsterdam is en tevens de oom van Machteltje Boef.
Caspar vertelde aan Aaltjen dat Machteltje Boef drie jaar geleden een kindje had gekregen, genaamd Felix en dat het kind ter minne was gegeven bij ene Risje Douwes, doch dat hetzelve kind al dood en begraven was. Caspar heeft dat verleden jaar - 1724 - wederom aan Aaltjen verhaald en vermiauwt.
Het meest opvallend in alle bovenstaande verklaringen is dat alle getuigen Maria Boef steevast Machteltje noemen, terwijl dat eerder en later nooit haar bijnaam is geweest. Alsof ze haar toch niet echt kennen. Voorts spreken de getuigen elkaar allemaal na met woorden en vaste formuleringen die door iemand voorgezegd lijken. Al gaf Risje Douwes wel heel gedetailleerde feiten en konden we de doop van ene Felix rond die tijd ook daadwerkelijk vinden. Laten we dus verder zoeken naar de waarheid. Enige opheldering volgt twee jaar later in 1727 als de strafzaak tegen Willem Sautijn en Pieter Backer begint.
De rechtzaak in 1727
Voordat Pieter Backer samen met Willem Sautijn voor de hoge heren van Den Haag moet verschijnen in de omkopingszaak bij de VOC, tracht hij uit alle macht zijn naam te zuiveren en sleept ondertussen een hele rij personen naar de notaris die voor hem gunstige getuigenissen moeten afleggen. Pieter Backer verschijnt in twee maanden tijd maar liefst zes keer op het kantoor van Isaak Angelkot met een hele reeks personen die stuk voor stuk een aantal smeuïge verklaringen afleggen.
27 februari 1727
Als eerste komt het echtpaar Jan van der Wiele en Grietje Knuyt aan de beurt om te getuigen. Zij wonen in Amsterdam achter de Oude Kerk op de voorkamer boven de vleeshouwer. Hetzelfde adres dat ook Aaltje Aalders opgaf. Daar woont sinds een aantal maanden tevens Rigt Douwes met haar man Andries de Vries en hun drie kinderen, maar dan in de achterkamer. Het getuigende echtpaar doet bij de notaris eens een stevig boekje open over hun nieuwe buren.
Zij hebben gehoort & gesien & ondervonden dat Rigt en haar dochters Symetje en Hilletje daar seer onordentelyk & godloos & ligtvaardig huys komen houden. Van tijd tot tijd zien Jan en Grietje op de kamer van hun nieuwe buren allerlei mannen, soo wel Jooden als Christenen, waarmee hun buurvrouwen naar hun zeggen onbeschaamt & onkuys [...] omgaan & verkeeren.
De beide echtelieden verklaren dat er omtrent drie maanden geleden een heer om half twaalf in de nacht aan de deur van Rigt Douwes klopte. Zij zagen dat er op dat late tijdstip nog werd opengedaan en dat de man naar binnenging. Tot hun stomme verbazing aanschouwde het echtpaar het volgende tafereel in die kamer:
dat Symetje met nog een vrouwspersoon tesamen met en benevens dry manspersoonen (zy het boeren soo t scheen) onder malkander op de vloer lagen te ronken, leggende dezelve Symetje onbeschaamt [het woord bloot is doorgestreept] van vore met haar rocken opgeraapt & leggende een van de voornoemde boeren, met zyn broek op zyn hielen hangende, regt over Symetjes lichaam heen, zynde allen soo het scheen beschonken geweest, terwijl het rondom waar zy leyden, vuyl, bespoogen & vol speeksel was.
En dat is nog niet alles. De buren van Rigt beweren dat zij schier dagelyks zeer goddeloze hoerentaal van zowel Rigt als haar dochters te horen krijgen, wijzen haar huis aan als een formeel hoerhuys en klagen dat zij als naaste buren dikwils geheele nagten niet kunnen slaapen van het geraas en gekrioel op de achterkamer. Het echtpaar, dat zelf in de voorkamer woont, heeft de buurman die een ruimte boven de achterkamer huurt meegenomen en deze bevestigt hun getuigenis.
In deze hoerenkast groeit ook een jongetje op. Dit zoontje van Rigt en Andries, de acht jaar oude Donnie, schijnt ooit aan het echtpaar verteld te hebben dat zijn zusters Symetje en Hilletje zich van slegte boeren & van allerhande manvolk lieten bevoelen & betasten & daar bij sliepen. Het kind heeft volgens de getuigende buren aangegeven niet langer in dat huis te willen verblijven, (hetgeen waarschijnlijk meer zegt over de ondervragingstechnieken van het betreffende echtpaar, dan als iets dat een achtjarig kind uit zichzelf over zijn ouders zou zeggen). Maar dat het er in dat huis heftig toe ging is duidelijk.
We komen erachter dat Rigt Douwes vaak tegen haar dochters heeft gezegd dat zij hun eigen fortuin maar moesten zoeken en dat zij moesten maken dat zij geld thuis brachten, want dat zy haar [kinderen] voor niet de kost niet wilde geeven. Niet echt een stel fijne ouders.
Ook dochter Hilletje heeft meermalen tegen de buren geklaagd, onder andere dat zy soo pynlyk & ongemaklyk was & dat zy niet wateren kon. Het meisje heeft blijkbaar een geslachtsziekte opgelopen, waardoor zij moeite heeft met plassen. Daarvan geeft zij haar moeder de schuld, omdat die het arme kind dwong om met vreemde mannen mee te gaan. Een schrijnende situatie.
Maar wat heeft dit alles nu met Pieter Backer te maken?
Wel, het blijkt dat Rigt Douwes dagelijks achter de rug van Pieter Backer om allerlei kwaad van hem spreekt en vuiligheid over hem verspreidt. En dat zij hem daarmee soo vuyl, swart & gehaat sou maken, dat zelfs zijn eigen vrouw van hem wil scheiden! Met de getuigenis van dit echtpaar hoopt Pieter Backer de lasteraars zelf in een kwaad daglicht te stellen, om de roddels die Rigt over hem vertelt te ontkrachten.
Een van die roddels is dus, dat Pieter de vader zou zijn van de zoon van Maria Boef. Informatie die de wereld in geslingerd is door deze Rigt die naar haar eigen zeggen de min van het kind was. Al met al lijkt Rigt Douwes ons echter geenszins de aangewezen persoon om als zoogster te kiezen voor een kind. Zou Maria Boef van deze losbandige praktijken hebben geweten?
4 maart 1727
Hetzelfde echtpaar Jan en Grietje verschijnt een aantal dagen later opnieuw voor notaris Angelkot. Ze hebben afgelopen zaterdagmiddag met hun buurmeisje Hilletje de Vries in de kroeg met het uithangbord De Bremer Ton gezeten. Hilletje vertelde hen toen, dat de persoon van Jan Stijgers twee jaar geleden kennis aan haar moeder had gekregen en dat hij een van de eerste is geweest die wel by haar ouder suster Symetje pleeg te komen en dan vleeschelyk converseerde met het meisje. De geschokte luisteraars vragen aan Hilletje of haar moeder daarvan wist, waarop zij bevestigend antwoordt.
Hun buurmeisje weet ook te vertellen dat Jan Stijgers op een keer bij haar moeder is gekomen met de vraag of zij, Rigt Douwes, niet een verklaring wilde afleggen over dat Pieter Backer een hoerekind had gehad en haar als min voor de baby had gevraagd, maar haar moeder had geantwoord: dat weet ik niet, dat ken ik niet doen.
Enige tijd later kwam Jan Stijgers weer bij haar moeder, zo weet Hilletje te vertellen, en dit keer had hij de heer Sautijn meegenomen. Ook haar vader was bij die gelegenheid in de kamer. Opnieuw wilde men dat Rigt bij een notaris zou getuigen dat Pieter Backer zyn hoerekind by haarlieden te min had bestelt. Daarop schijnt Hilletjes vader gezegd te hebben: hoe kan ik dat doen, ik weet der niets van. Maar Hilletjes moeder greep dit keer in met de woorden: hoor myn Heeren, myn man moet je niet reekenen, die is een oude dronken gek, maar praat tegen my.
Rigt Douwes wordt door Stijgers en Sautijn aangemoedigd om de valse verklaring over Pieter Backer af te leggen en krijgt daarvoor een bedrag van maar liefst drieëntwintig honderd gulden aangeboden. Dat is nog niet alles. Jan Stijgers blijkt ook nog de huur van de kamer voor Rigt Douwes te betalen en heeft haar tevens diverse keren geld bracht, zelfs nog daags voordat de Heeren uyt den Haag hier terstede waeren gekoomen omme haar moeder & suster te hooren.
We lezen dat de heren Stijgers, Sautijn en Overschie vlak voor deze verhoren nog flink op de moeder hebben ingepraat over wat zij aan de onderzoekscommissie moest antwoorden, maar eenmaal tegenover de hoge Heeren van Den Haag bleek dat Rigt Douwes seer ontstelt was geweest & seer gebeeft had.
Uit al deze verklaringen komt Rigt Douwes naar voren als een hoerenmadame, die slecht voor haar man en kinderen zorgde en wiens getuigenis gekocht kon worden. Dat doet de vraag rijzen hoeveel van de woorden, die wij over Maria Boef en haar onwettige kind hebben gelezen, eigenlijk te vertrouwen zijn? Vijanden van Pieter Backer waren op zoek naar een kind waarvan zij hem als vader konden aanwijzen. Dat werd uiteindelijk de zoon van Maria. Maar het is dus zeer te betwijfelen of Phillis de Groot echt van Pieter Backer is en dus kunnen we ook in twijfel trekken of Maria ooit een relatie met Pieter heeft gehad.
De min blijkt als informant totaal onbetrouwbaar. Maar ook een kapotte klok zegt twee keer per dag de waarheid. Dus laten we nog even verder zoeken en andere getuigen horen.
5 april 1727
Een ander echtpaar meldt zich bij de notaris. Het zijn Nicolaes Smidt en Maria Coenen, de mensen die de achterkamer aan Rigt en haar gezin verhuren. Zij vertellen hoe dat zo gekomen is.
Op een dag, eind 1725, kwam Rigt met een van haar dochters bij hun aan de deur met de vraag of zij de kamer boven de slager achter de Oude Kerk aan hen wilden verhuren, de benedenste achterkamer. De verhuurder wilde een borg voor de betaling van zijn huurpenningen hebben. Waarop Rigt beweerde dat zij een goede borg had in de heer Sautijn.
Nicolaes kende die naam niet en vroeg: Sautijn? Wat is dat voor een heer?
Rigt antwoordde: Collonel Sautijn.
Vol verwondering vroeg de verhuurder: Hoe sou de Heer Collonel Sautijn borg voor jou huur blijven? Hoe komt gy aan kennis met dien heer?
Rigt legde uit: ik heb van den Heer Colonel Sautijn een kind te min gehad & ben zo familiaar aan dien heer zyn huys dat ik er dagelyx kom eeten & drinken.
Toen heeft Nicolaes Smidt haar de kamer verhuurd onder de voorwaarde dat Sautijn borg zou blijven staan. Twee dagen later kwam Rigt echter zeggen dat de heer Sautijn de stad uit was, maar dat de heer Jan Stijgers, die een groot vrind van de Heer Collonel Sautijn was, wel als borg wilde fungeren. Na enig heen en weer gepraat ging Nicolaas Smidt daarmee akkoord.
Hmmm… Het feit dat Rigt Douwes hier beweert dat zij óók een kind van de heer Sautijn als min onder haar hoede heeft gehad, geeft te denken: was zij een alom gerespecteerde zoogster en heeft Pieter Backer al deze getuigen op zijn beurt weer omgekocht om deze min zwart te maken? Of zijn het allemaal leugens die Rigt vertelt? In dat laatste geval - en die kans achten wij het grootst - heeft Maria haar zoon nooit aan deze vrouw uitbesteed om hem te zogen!
Blijft het feit over dat Maria Boef een zoon had. Of is dat óók een verzinsel? Die mogelijkheid bestaat weldegelijk, zoals de volgende getuigenis toont.
[We slaan hierbij een paar getuigenissen over omdat daar voor ons weinig interessante nieuwe informatie in staat. Te weten de verklaring die Annetje Lamberts en Baafje Pieters op 17 april 1727 afleggen over nog meer onkuisheden van Rigt Douwes en op 19 april 1727 verschijnt Heye Hiddes voor de notaris. Zij woont in Hindeloopen, maar komt toch helemaal naar Amsterdam om voor Pieter Backer te getuigen. Heye is nauw bevriend met Andries de Vries, want Rigt’s man is de broer van haar schoonvader. Zij bevestigt dat Rigt in het verleden vaak heeft gezegd dat zij een kind van de heer Sautijn die overigens op de Singel woonde te min had gehad. En ze vertelt ook dat Rigt wel eens spullen heeft gestolen.]
19 april 1727
Op de dag dat Aaltje Aalders kwam getuigen dat zij dronken was gevoerd en zich verantwoordelijk voelde voor de in de wereld verspreidde roddel dat het kind van Maria eigenlijk van Pieter Backer was (terwijl zij die man helemaal niet eens kende), nam zij ook haar zus Aafje mee naar de notaris. Die legde op dezelfde dag eveneens een verklaring af. De zusjes worden bijgestaan door hun buren: hetzelfde echtpaar Jan van der Wiele en zijn vrouw Grietje Knuyt, opnieuw vergezeld door de bovenbuurman van Rigt Douwes.
Aafje beweert dat ook zij Pieter Backer tot op heden nooit eerder heeft gezien of gesproken en dus ook niets ten nadele over hem kan hebben gezegd. Evertje Vlaming, haar dochter en haar meid Sara Scheltes kent zij daarentegen wel van gezicht, maar het meisje zegt dat zij ook van hen niet het allerminste tot haarlieden laster, schande of nadeel met waarhyt weet, heeft geweeten of kan verklaeren & getuygen. Waren Evertje en Maria zulke bekende gezichten in Amsterdam? Of kende Aafje hen, omdat zij toch bij haar buurvrouw Rigt over de vloer kwamen? De familie Scheltes was in ieder geval gelieerd aan de man van Evertje. Zijn moeders zus was getrouwd met ene Pieter Scheltes. We komen de naam Scheltes vaker tegen op deze website. Cornelis deed bijvoorbeeld zaken met zowel Leendert als Pieter Scheltes.
Jan Stijgers, die overigens een lamme hand had, en iemand anders (die Aafje niet kende, maar die Overschie heette) blijken eveneens aan het meisje te hebben gevraagd of zij zou willen verklaren dat Sara Scheltes een kind had gekregen. Aafje weigerde dit en is ook niet bereid om andere mensen te zoeken die wel van zins waren om dit te verklaren. Hier wordt het dienstmeisje van Evertje dus een baby in de schoenen geschoven die nooit is geboren! Zou het kunnen dat ook Maria géén onwettig kind heeft gekregen en dat alles op een vette roddel en kwaadsprekerij berust?
Voor de volledigheid lezen we ook nog even de rest van Aafjes getuigenis waaruit blijkt dat Rigt Douwes niet alleen liegt maar ook bedriegt. Zo weet Aafje te melden dat zij de dag voor deze getuigenis is bestolen. Toen ze gisteren thuiskwam in haar kamer achter de Oude Kerk, zag ze dat haar kast was opengebroken en dat er linnen uit ontvreemd was, soo mede de kussens van haar bed & t porcelijn.
Aafje heeft toen meteen haar buren als getuigen geroepen. Dat waren Rigt en haar dochter Symetje. Rigt wilde dat Aafje hierover maar swygen sou en dat ze haar goed wel weer zou krijgen, terwijl ook haar dochter Symetje zei: weest stil, wat hebben de buuren daarmede te doen, wy sullen uw seggen waar uw goet is. Rigt en haar dochter waren dus duidelijk zelf de boosdoeners en wilden dat Aafje daarover zou zwijgen!
Daar was het meisje niet tevreden mee en zij maakte stampij. De andere buren - zowel Jan van der Wiele als zijn vrouw Grietje Knuyt en de bovenbuurman - kwamen op haar luide geroep en geweeklaag af. Vervolgens bekende Symetje dat haar moeder de kast had opengebroken en dat zij als dochter met haar eigen handen nog de kast had staan tegenhouden, zodat het aardewerk en alles wat er verder op de kast stond niet zou vallen. Ik sou nog wel meer seggen, maar het is myn moeder, beginnende daarop te schreyen. Zelfs over al deze eeuwen heen heb je als lezer van deze aktes nog te doen met zo’n meisje.
Conclusie
De getuigenissen tegen Rigt Douwes roepen het beeld op van iemand die niet te vertrouwen is. Zij liegt en bedriegt, steelt en is omkoopbaar. Het idee dat Pieter Backer de vader van Maria's zoon Phillis of Felix zou zijn, is geheel ontkracht, want degene die deze getuigenis heeft afgelegd is tevoorschijn gekomen en heeft aangegeven dit in een dronken bui gedaan te hebben. Deze getuige kende de betrokkenen niet eens.
Het lijkt er eerder op dat de heer Sautijn en zijn handlanger Jan Stijgers bezig zijn om hun voormalige collega Pieter Backer zwart te maken. Dit gebeurt midden in de periode dat het Hof van Holland onderzoek naar hen doet in verband met het omkopingsschandaal bij de VOC. Aangezien Evertje hier ook zijdelings bij betrokken was, vermoeden wij dat de bedriegers hun pijlen tevens op haar hebben gericht. Evertjes dochter Maria en haar meid Saartje liggen daarom mede onder vuur. Dit doet ons sterk vermoeden dat Maria zelfs nooit een relatie met Pieter Backer heeft gehad en dat deze informatie eeuwen later gewoon nog in de krant stond vanwege de ooit bewust verspreide roddel.
Het is zelfs zeer de vraag of Maria daadwerkelijk Rigt Douwes als min voor haar kind heeft gekozen, gezien de reputatie van deze vrouw. Deze min heeft in haar leven waarschijnlijk vele kinderen aan de borst gehad als bijverdienste, maar gebruikte het ook om nabijheid met bepaalde personen te suggereren. De mededeling dat zij als vrouw van een lagere sociale klasse toegang had tot een kolonel, gaf haar bijvoorbeeld de mogelijkheid om een kamer te huren. Het lijkt erop dat Rigt slechts zei dat ze de min was van Maria’s kind, omdat men dan eerder de intieme informatie die zij over haar vertelde zou geloven.
De lasteraars verzonnen bij de meid van Evertje zelfs een baby die helemaal nooit bestaan heeft! Het lijkt erop dat dit Maria ook is overkomen. Allemaal om haar moeder in een kwaad daglicht te stellen. Denken we even terug aan wat Rigt zei toen haar voor de eerste keer werd gevraagd te getuigen dat zij de min was geweest voor een geheim kind van Pieter Backer: daar weet ik niets van, dus dat kan ik niet doen. Ook haar man wist niets van zo’n kind af. Uiteindelijk liet zij zich voor veel geld omkopen.
Wanneer we daarbij optellen dat Maria in die tijd als alleenstaande moeder nooit een testament heeft laten opmaken (op latere leeftijd stelt zij haar eerste op), dan menen wij met aan waarschijnlijkheid grenzende zekerheid te mogen vaststellen dat Willem de Vlamingh nooit een achterkleinzoon heeft gehad die Phillis of Felix de Groot heette, noch een kleindochter met de naam Kaatje. Volgens ons zijn dat valse gerucht die eeuwen later geheel onterecht aan de familie de Vlamingh kleefden. Wij zijn maar wat blij dat we Maria’s naam na al die eeuwen konden zuiveren!
Maak jouw eigen website met JouwWeb